Mijn Leven

Stoer kijken bij de botsauto’s

In het dorp waar ik vandaan kom, was de kermis niet echt een volksfeest. Geldrop was in mijn ogen gewoon geen kermisdorp. Te groot voor een dorp, te klein voor een stad. Van de gezelligheid die je bij andere dorpen wel kon aantreffen, was bij ons niet veel te merken. Waarschijnlijk omdat de verschillende groepen mensen nooit met elkaar op konden schieten. Niet dat ik daar op jonge leeftijd bij stil stond…

Toch kwam ik als kleine jongen (zo’n twintig tot vijftien jaar geleden) wel graag op de kermis. Thuis kon je de muziek vaak al horen en dat zorgde voor wat gezonde spanning. Meteen na schooltijd op de fiets naar het centrum. Ieder jaar was de opstelling anders, maar ik voelde me toch maar thuis op één specifieke plek. De gokkasten, Jimmy of Terminator deden me niet veel. Je hoorde er pas echt bij als je bij de botswagens stond. Daar gebeurde het echt. De botsauto’s waren eigenlijk vooral bedoeld om te laten zien hoe stoer je was.

In mijn tijd droeg iedereen dure Nike Air Max-schoenen, een Australian-trainingspak (‘aussie’, een veel te duur en lelijk trainingspak), een petje en twee oorbellen. Door de speakers knalde housemuziek met dreunende bassen. Her en der stonden groepen meisjes en jongens verspreid. We stonden eigenlijk niet bij elkaar, maar er was er wel interesse voor elkaar. Af en toe een meisje uitnodigen om mee te rijden in zo’n auto, dat was wel spannend.

Rijden in de botsauto’s was trouwens altijd wel spannend, maar dat kwam meer door de schrik. Het was namelijk een hele toer om juist níét te botsen. Bij ons was het zo: tegen de verkeerde persoon botsen, betekende ruzie. En met mijn lengte van drie turven hoog, had ik daar natuurlijk nooit zin in. Om de schijn een beetje op te houden, keek ik dus maar gewoon heel stoer om ook zo over te komen. Het leek te helpen want ik ben nooit bont en blauw thuisgekomen.

Nonchalant sturen met één hand, zo ver mogelijk onderuit hangen, af en toe mensen klem rijden en soepel tussen alle andere wagens manoeuvreren: daar kwam het eigenlijk op neer. En als je echt heel stoer was, dan draaide je het stuur een paar keer en reed je een dodemansrit achteruit. Hoe ouder je werd, hoe minder je ging rijden. Een soort natuurlijke selectie. Als je oud (en stoer) genoeg was, mocht je bij de naastgelegen boksbal staan. Bij de écht stoere jongens. Maar dat is weer een heel ander verhaal…

Letters. Woorden. Zinnen. Alinea's. Verhalen. Schrijven is echt mijn ding. Ik vertel in mijn verhalen wat ik dagelijks meemaak of wat er in mijn hoofd speelt. Soms leuk, soms ontroerend, altijd persoonlijk. Ik neem je graag mee in mijn leven...

Reageren?

%d bloggers liken dit: