Eindhovens Dagblad,  Mijn Leven

Blog over trip in Brazilië

Voor het Eindhovens Dagblad had ik het voorrecht om in zeven dagen een klein gedeelte van Brazilie te bezoeken. Van dat bezoek heb ik een weblog bijgehouden op de website van het ED. Het artikel over de zusters heeft uiteindelijk op 7 januari in het ED gestaan. Het is daarnaast ook nog gepubliceerd in het Brabants Dagblad en in BN/De Stem. Het weblog staat hieronder, in omgekeerde volgorde.

Dag 7 (dinsdag 8 november): Als een filmster in het echte binnenland

We hebben veel gezien, de laatste paar dagen. Voor de volledigheid zijn we ook nog even naar de school gegaan van Zuster Redempta in Sao Jose de Tapera. Dat is een dorp dat ongeveer op drie kwartier rijden ligt, maar door de grote gaten in de weg deden we er een uur over. Al schijnt het tegenwoordig al veel beter te zijn en is de meeste van het slechte wegdek opgeknapt.

We reden langs het plaatsje met de naam Palestina waarvan ik dacht dat het ergens anders lag. Zuster Redempta wees me op een punt waar de vrachtwagens netjes in de rij langs de weg stonden. Omdat er in het binnenland geen water is, komen de vrachtwagens met grote tanks dat op dit punt halen. De toevoer gaat iets dat leek op een extra grote tuinslang en daar moet dan een hele tank mee worden gevuld. Dat is de reden waarom de vrachtwagens dus even netjes stonden te wachten op elkaar.

Tapera lijkt eigenlijk meer op een stadje dan Pao de Acucar, in mijn ogen. Het centrum lijkt wat groter en moderner en heeft daarom de uitstraling van een stadje. Van Zuster Redempta begreep ik dat een organisatie de stad had uitgeroepen tot het armste van de wereld. Dat moet ik nog eventjes verifiëren en dat gaat wat lastig op dit moment, maar dan heb je voor nu even een beeld hoe arm de regio is. De staat Alagoas is volgens mij ook de armste staat van Brazilië en daaraan kun je dus meteen afleiden dat hulp echt nodig is.

Redempta leeft helemaal op als ze begint te praten over ‘haar’ stadje.

Overal wijst ze deuren aan van huizen waar ze mensen kent of heeft geholpen. Als wat schoolkinderen de auto van de zuster zien, beginnen ze uitbundig te zwaaien. Er is zelfs een openbare school door de burgemeester naar Redempta vernoemd en dat is een hele eer. Volgens haar was het een groot feest, inclusief harmonie.

De toegang van de school is afgesloten met een ferm hek. Rondom te school staat een hoge muur met pinnen, zodat niemand de school in of uit kan. Mocht het mensen toch lukken om over de muur binnen te komen, dan krijgen de indringers alsnog spijt door de planten met flinke stekels die in de grond staan. Een bewaker houdt constant een oogje in het zeil dus met de veiligheid zit het wel goed op school.

De missiezuster laat ons vol trots haar school zien. In haar directiekamer en het secretariaat hangen kleurrijke versiersels van het plafond naar beneden. Ze vertelt dat die door een jongen zijn opgehangen die een dag daarna plotseling is gestorven. Om hem te eren, blijven de lange slingers hangen. “Niemand haalt ze eraf”, vertelt Redempta standvastig.

We krijgen een hele rondleiding langs de school, maar het praatje gaat snel rond dat er buitenlanders zijn. Binnen enkele minuten staan tientallen kinderen ons aan te gapen. Vooral blauwe ogen doen het goed hier in het land en we moeten dan ook enkele keren met de leerlingen op de foto. Redelijk ongemakkelijk laat ik me als een filmster fotograferen. Toch leuk om een keer meegemaakt te hebben. Het toont ook aan dat ze hier in het binnenland nog niet zo gewend zijn aan vreemdelingen.

De school is in 2 lagen gebouwd. De verschillende lesruimtes, grote aula, tuin, kapelletje en bibliotheek zijn wederom goed onderhouden. Van het ministerie moet de school een ruimte ombouwen tot klaslokaal voor scheikunde en moet dat voor december zijn gebeurd. Dat gaat echter veel geld kosten en dat is er op dit moment niet. Een paar stoelen staan tegen de rand van het lokaal geposteerd zodat het lijkt alsof de verbouwing al is begonnen. Zonder centen zal er echter weinig worden verbouwd. Dat geldt ook voor de toekomstige sporthal. De zuster wil graag een plaats waar de kinderen binnen kunnen sporten, maar daar is ook geen budget voor. Hier kun je geen plannen indienen en wachten op subsidie, hier zul je het zelf moeten ophoesten.

Het tripje naar de school is ook meteen het laatste bezoek. Mijn tijd hier zit er op en met tegenzin vertrek ik weer naar Nederland. Er is nog zoveel meer te zien of te doen, er zijn nog zoveel meer verhalen te schrijven. Ik moet eigenlijk gewoon nog een keer terug, al weet ik niet of mijn baas daar weer voor wil zorgen…

Dag 6 (maandag 7 november): Boottocht naar het eiland van de vleermuizen

De werkzaamheden van de zuster reiken verder dan slechts dorpje Pao de Acucar (Brood van Suiker, voor de taalkundigen). Een goede reden om met de boot een paar plaatsjes verderop te bezoeken. We vertrokken vroeg in de ochtend in de regen, we gleden over het water in de regen en we bezochten het dorpje Limoeiro in de regen. Het is ongelooflijk, maar het heeft hier 3 dagen geregend en volgens de plaatselijke bevolking is dat een unicum! Het komt nooit voor dat er 2 dagen regen achter elkaar is, laat staan drie dagen.

De mensen zijn hier ook helemaal niet berekend op regen. Het is 25 graden buiten en de druppels voelen buiten warm aan, maar het kippenvel heerst hier op benen en armen. Lange broeken kennen ze niet, slechts een trui en paraplu houden de regendruppels tegen. Als het ook maar eventjes regent, dan verandert het in een grote modderpoel en lopen rivieren langs de hoge stoepranden. Die zijn trouwens wel twee keer zo hoog in Nederland, terwijl het hier eigenlijk nooit regent.

De boot voer langs het Eiland van de Vleermuizen, een onheilspellende naam. Het was niet veel groter dan een zandstrandje van tien meter lang en 3 meter diep. En inderdaad, er vlogen heel wat vleermuizen rond. Heel eventjes dan, want ook zij hielden volgens mij niet van de regen. We kwamen langs oude indianenneerzettingen, langs een dorpje dat vroeger gesticht is door de slaven en we kwamen aan in Limoeiro.

Het was een klein dorpje en ook hier had Zuster Clementina een crèche opgericht. Het was een mooi gebouw met enkele kamers, sanitaire voorzieningen, een keuken en een mooie tuin. Eigenlijk meer van hetzelfde en dat is een goed teken want de zusters hebben hun zaakjes gewoon erg goed op orde. Na een zeer goede Braziliaanse lunch, vertrokken we weer richting huis. Stroomopwaarts, dus het duurde een stuk langer. Nog langer in de regen. Ik heb dus ook niet heel erg veel foto’s kunnen nemen, want regen kennen we wel in Nederland.

De avond heb ik gebruikt om de Zuster Clementina en Zuster Odiliana nog eens goed te spreken zodat ik een volledig verhaal kan maken voor in de krant. Uiteindelijk moet deze week natuurlijk een mooi verhaal opleveren in de papieren editie en dat gaat nog zwaar worden. Waar moet ik beginnen? Wat moet er wel en niet in komen staan? Met alle indrukken kan het niet anders, het verhaal schrijft zichzelf. Gelukkig ben ik diegene die het in de juiste volgorde mag zetten.

Dag 5 (zondag 6 november): ´Veel te veel verhalen…´

Achter iedere deur zit een verhaal, elk gezin is de moeite waard om een gesprek mee te voeren. Nu is mijn Portugees beperkt tot het woordje obrigado (dank je wel) en dus ben ik volledig afhankelijk van gids Hanny.

Af en toe pik ik wat woordjes mee, maar Spaans is toch echt wat anders dan het Portugees.

Omdat ik niet echt kan verstaan wat de mensen zeggen, let ik wel meer op de manier waarop iemand iets uitspreekt. Vandaag waren we bijvoorbeeld bij een gezin waarvan de vader blind en de moeder ziek was. Dat zijn al 2 ingrediënten voor een dramafilm, maar niet bij de vader. Het gezin woont in solide huizen, gebouwd door de parochie met financiële hulp uit Nederland. Het straatje heeft aan beide zijden zulke woningen, gebouwd met goede materialen. Stevige muren, een dak dat niet lekt, aparte kamertjes voor bedden, een keukentje en een verharde tuin zodat het geen modderpoel wordt. Ook hier heeft de schilder al zijn creativiteit gebruikt in de kleurenkeuze.

We zijn uitgenodigd bij dit gezin om even een praatje te komen maken en wat onwennig stap ik binnen. Ik sta al nooit vooraan en kijk liever de kat uit de boom, vooral bij een blinde man in een vreemd land. Hij ziet er keurig uit met zijn lange broek, een net wit overhemd en zijn grijze haren een beetje naar achteren gekamd.

Als hij begint met vertellen, dan houdt hij niet meer op. Hij kan niets meer zien na een ongeluk en gebruikt zijn handen om zijn verhalen kracht bij te zetten. Hij praat vol overgave over een onderwerp waar ik niets van snap. Iedereen luistert aandachtig naar de man. Het is jammer dat ik geen Portugees spreek want volgens mij valt er over hem een zeer mooi verhaal te schrijven.

Hij spreekt vrijuit over zijn sterven, dat het hem niet zoveel uitmaakt als hij doodgaat. Het leven gaat verder en na acht dagen zouden de wormen al in zijn buik zitten, vertelt hij expressief. De rest van de familie lacht ermee. Ik weet niet goed wat ik hiervan moet denken. Stelt het leven van iemand in zo´n situatie dan niets voor of maakt hij grapjes om het minder moeilijk te maken. Mij wordt verteld dat Brazilianen zulke dingen vaker zeggen en misschien is het dus echt die eerste optie.

Iemand die niets heeft, waar leeft hij voor? Hoeveel is zijn leven waard

Ik denk dat mensen hier daarom per dag leven en er daarom het beste uit willen halen. Genoeg amateur-antropologie voor nu. Niet alles willen verklaren, maar gewoon genieten van de manier van leven hier. Dat genieten gaat ook zeker gebeuren, want er staat een boottocht op het programma om nog een crèche van zuster Clementina in het binnenland te bezoeken. Genoeg te doen, te weinig tijd…

Dag 4 (zaterdag 5 november): Tijd voor verkiezingen

Het levensverhaal opschrijven van de drie zusters is de reden waarom ik hier ben. Om dat goed te kunnen, is het nodig dat ik zie wat voor werk ze hier in die 45 jaar hebben verricht. Je ziet pas echt wat de zusters hebben betekend voor de plaatselijke bevolking als je middenin het leven van diezelfde mensen staat.

Om die reden neemt Hanny me dagelijks mee op huisbezoeken langs gezinnen die met behulp van de zusters financiële hulp krijgen uit Europa. Dat hebben jullie al kunnen lezen in mijn vorige blog, dat zal ik niet herhalen. We hebben gisteren wat huizen bezocht waar mensen echt niks hebben.

De tocht begon in de wijk waar de criminaliteit welig tiert. Mijn gidsen wezen me op een huis waar eerst prostitutie was, zelfs met meisjes van 13 of 14 jaar. Bij een ander huis zouden drugs te koop zijn, terwijl het bord op de muur met ´Hotdog` toch iets anders doet vermoeden. Hier heb ik maar geen foto´s van gemaakt, misschien toch een beetje uit zelfbescherming.

We liepen naar de andere kant van het stadje, de berg op. We liepen naar een gezin dat pas sinds kort in de hulp zit en waar duidelijk nog veel moet gebeuren. Een vader met enkele kinderen (en hun kinderen) leven in een paar hutjes van stokken en klei. Als we bij de hutjes aankomen loopt er net een man flink doorgesnoven voorbij. Ik kan het verkeerd hebben, maar mijn gidsen voelden zich niet echt op hun gemak hierbij. Ik overigens ook niet.

Bij een gezinnetje heeft de moeder wat snoep in potjes zitten om te verkopen. Dat duidt wel op de wil om verder te groeien, het is jammer dat ze vanuit haar huis verkoopt omdat bijna niemand daar ooit komt. Heel tegenstrijdig om te zien dus.

Wat wel mooi was om te zien, was dat er elektriciteit aanwezig was.

Volgend jaar zijn de verkiezingen voor een nieuwe burgemeester en dat is dé kans voor de bevolking om iets gedaan te krijgen. In ruil voor hun stem krijgen ze dan een aansluiting op het stroom, een huisje of materialen om iets te bouwen. Ergens klopt dat natuurlijk niet, maar de bevolking komt op zo´n manier wel een klein beetje vooruit.

Toch blijft het vaak bij zoiets kleins en duurt het weer jaren voordat er weer wat hulp komt. Gelukkig zijn die gezinnen niet puur afhankelijk van de gemeente en komt er ook hulp via andere kanalen, zoals van de zusters.

Dag 3 (vrijdag 4 november): Arm maar gelukkig

Wat ik ook opschrijf of wat ik ook vastleg camera, het is nooit genoeg om uit te leggen hoe overweldigend het hier allemaal is. Ik heb het gevoel dat ik het nooit allemaal kan vertellen of laten zien, dus volgt hier een kleine selectie.

We (Hanny, 2 Braziliaanse dames en ik) zijn gisteren de arme wijken van Pao de Acucar ingetrokken. De twee locals zijn zelf opgegroeid in een lemen hutje vroeger en werken nu voor de school en het adoptiewerk. Dat betekent dat mensen uit bijvoorbeeld Nederland geld kunnen doneren voor gezinnen hier. Met dat geld worden dan spullen gekocht om de mensen wat zelfstandiger te maken.

 

Het dorpje ligt aan de rivier en hoe verder landinwaarts je gaat, hoe poverder (als dat een woord is) de huisjes worden. De straten met klinkers lopen kriskras door elkaar, de afvoer van de verschillende huisjes in de meest uiteenlopende kleuren loopt gewoon langs de hoge stoepen af. De woonhuizen worden afgewisseld met gebouwtjes van kleine zelfstandigen. Een kapper, een slager, hotdogverkoper, echt alles woont en werkt door elkaar heen.

We bezochten een gebouw dat diende als sociale ontmoetingsplek, speciaal voor vrouwen. Op deze plek krijgen ze 3 keer in de week les in borduren.

Ook weer met de bedoeling om ze zelfstandig te maken zodat ze hun werkjes kunnen verkopen. De oudere vrouwen hebben vaak geen scholing gehad en zijn puur afhankelijk van hun man. En dat laat vaak te wensen over, want Hanny vertelt dat er veel drank en drugs wordt gebruikt hier. Er zijn overigens vorige week 2 mensen in het naastgelegen dorp neergeschoten, dus echt heel veilig is het hier niet.

Dat veilige gevoel was er trouwens wel bij de bordurende vrouwen. Zij hadden speciaal voor mijn komst allerlei Braziliaanse gerechten klaargemaakt. Kokoskoekjes, koekjes met jam, chocoladetaart en iets met kokos dat het best te omschrijven valt als peperkoek geweekt in suikerwater. Uit beleefdheid heb ik netjes van alles wat geproefd en eigenlijk smaakte het allemaal wel goed.

De tocht ging verder langs huizen waar de bevolking hulp krijgt van de organisatie. Zo kwamen we bij een man die met behulp van de Stichting Salvatoriaanse Gezinsadoptie een machine heeft gekregen om leer te bewerken. Nu kan hij beter voor zijn vrouw en 5 kinderen zorgen. De moeder van het gezin straalt als ze het huis laat zien, de vader vraagt me mee naar achter om het gevangen gordeldier te laten zien. Dat beest wordt in januari opgegeten als de jongste telg van de familie een klas stijgt op school.

We zijn bij nog 2 andere gezinnen binnen geweest en overal valt de trotsheid op. Mensen laten graag zien waar ze wonen. Ze hebben niets, maar zijn toch gelukkig. Vaak zijn de huisjes niet breder dan 3 meter en enkele meters diep. Er staat vaak niet veel binnen, behalve een televisie. Er is namelijk wel stroom en via de televisie krijgen ze toch veel mee van de wereld. Wie zegt er nu dat tv kijken slecht is? De mensen hier hebben er veel aan.

Toch voelt het een beetje wrang aan. De parochie van de zusters betekent veel voor de plaatselijke bevolking, maar in feite is dat nooit genoeg. Iedereen kan wel wat hulp gebruiken hier. Hebben de mensen hier echt een organisatie uit Nederland nodig om ze vooruit te helpen?

Volgens Hanny wel, want anders komt er niks van. Iemand moet ze vooruit duwen om op het juiste pad te krijgen en daar gaat erg veel tijd in zitten. Voor de zusters is het dan ook meer dan werk, het is hun leven.

Dag 2 (donderdag 3 november): Een heel bedrijf

Wakker worden om 7 uur ´s ochtends in Brazilië is niet fijn. Vooral niet als je de hele nacht al wakker bent gehouden door hanen, honden, andere exotische dieren en vuurwerk van de plaatselijke bevolking.

Bij een paar harde knallen denk je meteen aan schietpartijen en wildwest-taferelen, het scheen slechts vuurwerk te zijn voor de mensen die terug kwamen van een bedevaart. Bij die plek waar ik de naam niet van kan uitspreken waren gisteren zo´n 100.000 mensen om een heilige van het volk te eren. De zusters konden me niet vertellen waarom hij door de kerk nog niet heilig is verklaard.

Hanny, mijn Nederlandse contactpersoon en tevens werkzaam bij het adoptiebureau van zuster Odiliana zou me vanochtend het complex laten zien. Om 8 uur meldde ik me bij haar, zo´n 4 uur later zat de rondleiding erop. Ik typ dit stukje dan ook met alle respect voor wat de zusters voor elkaar hebben gekregen. De crèches, basisschool, keuken, speelplaats, middelbare school, bibliotheek, scheikunde- en biologielokalen en hoger onderwijslokalen (en dan vergeet ik waarschijnlijk nog de helft van de ruimtes) zagen er echt prima uit. Van alle gemakken voorzien, voor Braziliaanse begrippen dan.

Even een klein stukje geschiedenis om het in context te plaatsen. In augustus 1966 arriveerden 5 zusters vanuit Nederland (De Missiezusters in Asten) hier. Toen ze hier in het dorpje kwamen, was er niets. Langzaam begonnen zij aan hun levenswerk en ieder jaar werd er gebouwd. Vooral met financiële hulp uit Nederland, België en Duitsland. Nu, 45 jaar later, staat er een heel bedrijf waar 192 mensen uit het dorp werken. Op de faculteit krijgen zo´n 800 studenten les en honderden kinderen zitten hier op de lagere school en middelbare school.

Dat is trouwens nog een voorbeeldje van de het stilstaan in de tijd van mijn eerdere blog. Het is hier lage school en geen basisschool en de kinderen gaan naar klas 1 tot en met zoveel en niet naar groepen. Slechts een klein detail.

Dan hebben we pas een rondleiding van een paar uur gehad. Op het programma staan onder andere nog een trip naar de armste wijken van het dorp waar de organisatie sociale hulp verleent, een reisje naar het binnenland waar de zusters ook een school hebben gesticht, een boottrip naar een naastgelegen dorp en naar bejaardenwoningen die door de zusters zijn opgericht. Hoe zou je zoiets kunnen omschrijven in 1 woord? Ik blijf haken bij ´indrukwekkend´. De zusters geven al tientallen jaren de plaatselijke bevolking een reden om te bestaan, daar zijn bijna geen woorden voor.

 

Dag 1 (woensdag 2 november): Lekker prakken

 

Aan tafel met drie Nederlandse missiezusters in het plaatsje Pão de Açúcar in Brazilië. Het is een feest der herkenning, ook al ben je helemaal aan de andere kant van de oceaan.

Ik ben hier, als verslaggever van het Eindhovens Dagblad, op bezoek bij drie missiezusters. Clementina (90) uit Hulsel, Odiliana (88) uit Odiliapeel en Redempta (80) uit Bavel. Clementina wordt binnenkort 91 jaar en kan niet meer terug naar Nederland. Zij heeft haar leven lang gezorgd voor de mensen uit de armste staat van Brazilie, dat verdient natuurlijk een mooi verhaal. In de krant en op internet, al weten ze zelf niet zo goed hoe ze om moeten gaan met een computer.

Op de tafel ligt een plastic hoes, net zoals bij oma vroeger. Op het menu staat soep, gekookte aardappelen, koude schotel, gehaktballetjes en als toetje iets van een maracujapuddingachtiggoedje. Al wordt er natuurlijk niet eerst gegeten, zonder te bidden. Ik schaam me een beetje dat ik het gebedje niet mee kan prevelen, maar de zusters zijn vergevingsgezind.

`Hier eten we nog gewoon aardappels, net zoals vroeger´, vertelt Clementina terwijl ze met een vork de aardappels prakt. Het lepeltje jus kan naderhand natuurlijk niet achterblijven.

Het leven in Brazilie voelt even aan als vroeger in Nederland. Helemaal ouderwets zijn ze trouwens niet hoor. Odiliana: ´Je hebt net zo´n kapsel als Neymar, die voetballer hier.´ Het blijkt dat ze gek zijn van sport zoals voetbal en volleybal. Ook wordt het Nederlandse nieuws elke dag nog gevolgd. ´Dat van het bezoek van de koningin, weet je wel?´, vraagt Redempta aan me. Als ik haar het antwoord eventjes schuldig blijf, zegt ze direct: ´Goh, jij weet ook niet veel als journalist.´ Tsja, anderhalve dag reizen ben ik inderdaad echt niet helemaal op de hoogte van alles dat er speelt.

Na het eten mag ik in de werkkamer van zuster Odiliana aan dit stukje tekst werken. De werkkamer hoort bij de basisschool, waar zij nog steeds leiding aan geeft. De drie hebben de plaatselijke bevolking op weg geholpen door zulke scholen en crèches te bouwen. ´Je mag alles gebruiken hier hoor´, zegt ze. ´Hier heb je nu gewoon thuis.´

Morgen maar eens kijken hoe de school eruit ziet, vandaag is iedereen vrij vanwege een feestdag. Eerst maar eens de rest van het dorp ontdekken…

Letters. Woorden. Zinnen. Alinea's. Verhalen. Schrijven is echt mijn ding. Ik vertel in mijn verhalen wat ik dagelijks meemaak of wat er in mijn hoofd speelt. Soms leuk, soms ontroerend, altijd persoonlijk. Ik neem je graag mee in mijn leven...

Reageren?

%d bloggers liken dit: